

Het Kuinderbos
ligt op de grens van de Noord Oost
Polder (NOP) en Friesland. Het is
aangelegd in de jaren
1948 tot 1956. Het is de grootste boswachterij in de
NOP
en heeft een oppervlakte van 1200 hectare. Op de
diverse grondsoorten is
een gevarieerde vegetatie
mogelijk. Nagestreefd wordt dat naaldbomen
vervangen
worden door loofbomen als eik, esdoorn en es. Op de
plekken waar
greppels werden gegraven voor de
afwatering van het bos is een mengeling van
zure en
kalkrijke grond ontstaan. Op de greppelwanden groeien
zeer vele
varens. 23 van de 27 varensoorten die in
Nederland groeien zijn in het
Kuinderbos te vinden,
waaronder enkele zeldzame soorten. Er groeien ook
andere zeldzame planten zoals de zonnedauw.
De '
Kuinderberg' is voor een vlakke polder een uniek
uitzichtpunt. De berg
is ontstaan omdat hier een
vuilstortplaats was, die met grond is bedekt
en vervolgens
beplant. De in 1979 gereed gekomen zandwinningsplas en
omgeving zorgen voor een rijke flora en fauna. De oevers
zijn niet
toegankelijk, behalve op een plaats waar een
observatiehut is gebouwd.
Van daaruit kan men het rijke
vogelleven bestuderen. Op het water
groeien verschillende
soorten kroos en fontijnkruid. De plas wordt in
het voorjaar
bezocht door vele soorten eenden, waaronder de bergeend.
Op
de oevers van de plas groeien dop- en struikheide en
orchideeën. Verder
zijn er twee begrazingsprojecten met
IJslandse en Welsh pony' s, om te
onderzoeken hoe de
vegetatie door begrazing kan veranderen. Vanaf de
hopweg
heeft u een leuk uitzicht op het havenhoofd van de
voormalige
haven van Kuinre.