
Weerribben
A Natuuractiviteitencentrum
Het Nationaal Park De Weerribben is een gebied dat zich uitstekend leent
voor extensieve
vormen van natuurgerichte recreatie. De meeste recreatieve
voorzieningen zijn toegespitst
op het kanovaren. Middels goed gemarkeerde
kanoroutes kan het publiek kennis maken
met een uniek natuurgebied.
Nabij het dorp Ossenzijl bevind zich het Natuuractiviteitencentrum van
Staatsbosbeheer.
In dit centrum vindt u alles met betrekking tot recreatie,
voorlichting, excursies en educatie.
In het centrum bevind zich een
expositie over het Nationaal Park De Weerribben.
Kinderen kunnen meedoen aan
het Otterspel en beleven op een leuke manier hoe de otter
leeft en woont.
B Tjasker
Een verplaatsbare molen welke in de vorige eeuwen begin deze eeuw voor veel
doeleinden
is gebruikt. Het schilderachtige molentje van Friese herkomst
werd ingezet bij het wegmalen
van water uit de Veenputten, het omlaag
brengen van het grondwaterpeil van de wei- en
hooilanden en het bevloeien
van rietland.
C
Weeren en Ribben
Het typerende landschap van De Weerribben is ontstaan door turfgravers.
Door
turfwinning is er een landschap ontstaan van water en stroken land.
In de
loop van de 19e eeuw is men in dit gebied begonnen met uitgraven en baggeren
van het veen. Het veen werd in lange banen uitgebaggerd. Hierdoor ontstonden
lange,
brede stroken met open water, de zogenaamde 'Weeren' of petgaten.
Tussen deze lange banen werd telkens een strook land uitgespaard.
Op deze
stroken land legde men het veen te drogen. Deze stroken land worden 'Ribben'
genoemd.
Bovenstaande verklaart dus de naam van het gebied 'De Weerribben'.
D Vervenershuisje
De leefomstandigheden van de veenwerkers waren niet zo romantisch zoals dit
knusse huisje doet vermoeden. De Turfmaker woonde met zijn gezin (soms 8
personen) op een
oppervlakte van 24 m2.
Het huisje was in tweeën gedeeld. In het achterste gedeelte bevond zich de
stal met enkele geiten en een ruimte voor wat hooi en werktuigen.
Het
voorste deel van de woning was het woongedeelte bestaande uit een woonkamer,
twee bedsteden, een kast en een fornuis/kachel. De huisjes stonden veelal op
de Kragge,
gefundeerd op turf en rezen en daalden met het waterpeil mee.
Twee van deze voormalige vervenershuisjes zijn nu ingericht als bed en
breakfast woning waarin u kunt overnachten.
E Spinnekopmolen De Wicher
Een van Nederlands meest gefotografeerde molens. Vroeger werd zij gebruikt
om het waterpeil in het achter de molen gelegen gebied 'de Boonspolder' waar
vee graasde, op peil te houden.
F Kloosterkooi
Een eendenkooi was oorspronkelijk een middel om eenden te vangen voor de
slacht. Tegenwoordig zijn het waardevolle natuurgebiedjes, waar eenden
alleen nog worden gevangen
en geringd voor wetenschappelijk onderzoek. De
Kloosterkooi in het nationaal park De Weerribben is een van de 32
eendenkooien die Staatsbosbeheer onder haar hoede heeft.
Zij wordt
uitsluitend als 'demonstratiekooi' gebruikt. In de periode van mei t/m
september kunt u met de kooiker een bezoek brengen aan de eendenkooi.
G Kalenberger gracht
In de tijd van de grote vervening is deze gracht gegraven. Door de functie
van het water voor het transport van turf en het toegankelijk maken van het
gebied is de bestaande dorpsstraat
verwisseld voor een dorpsgracht. In de
19e eeuw was Kalenberg een van de belangrijkste nederzettingen van de
turfgravers. Sinds het begin van de jaren zestig is het dorp bereikbaar met
auto.
Voordien enkel te voet of met de boot. Kalenberg heeft haar naam nu
verbonden aan het riet. Het riet uit de Weerribben staat bekent om haar
goede kwaliteit.
H Vogelhut
Vanuit de vogelobservatiehut kijkt u uit over uitgestrekte rietvelden. In
heel Europa is de kwaliteit van het riet uit De Weerribben bekend. Uit
landschappelijke en natuurwetenschappelijke
waarden wordt er 1200 ha
rietland in stand gehouden. Met een beetje geluk ziet u zeldzame
moerasvogels zoals de kleine karekiet, rietzanger, rietgors, roerdomp,
purperreiger of het ijsvogeltje.
Zij vinden hier een broed- en/of
verblijfplaats.
J Hamsgracht
Een gracht die in de vijftiende eeuw fungeerde als grenssloot tussen de
gebieden Blankenham en IJsselham en werd later gebruikt werd voor het
afvoeren van turf richting Ossenzijl.
Tegenwoordig dient zij voor het
afvoeren van in de winter gemaaid riet en in de zomer als route voor de
kanovaarders. Langs de Hamsgracht staan kleine windmolens.
Deze worden
gebruikt om de rietvelden te bevloeien om het riet beter te laten groeien.